Homeopathische middelen worden gemaakt uit natuurlijke stoffen, zij kunnen een plantaardige, dierlijke of minerale oorsprong hebben.
Deze middelen werken volgens het zogeheten gelijksoortigheidsbeginsel of similiaprincipe: een stof die bepaalde verschijnselen kan opwekken bij een gezond persoon is ook in staat dezelfde verschijnselen te genezen bij een zieke. Gebleken is dat op deze manier het lichaam geholpen wordt het oorspronkelijke evenwicht te herstellen. Eigenlijk geneest het lichaam zichzelf. Een homeopathisch middel bestrijdt dus niet de symptomen van een ziekte, maar geeft het lichaam 'een zetje in de rug' om zichzelf en van binnenuit te genezen.
Proefondervinderlijk bleek dat door het verdunnen en schudden van de homeopathische middelen de geneeskracht versterkt wordt en de eventuele schadelijke werking juist weggenomen wordt. Dit proces heet 'potentieren', krachtiger maken.
Homeopatische middelen bevatten meestal geen moleculen meer van de oorspronkelijke stof. De werking loopt via resoneren van frequenties van het middel met frequenties in het lichaam.